Activerende werkvormen in de klas; niet omdat het moet, maar omdat het kan


Heb je dat ook weleens? Je bent je les(sen) voor morgen aan het voorbereiden; “Ik weet wat mijn doel is en ook wat ik wil uitleggen, maar hoe maak ik het nu ‘leuk’ voor de kinderen? Ik gooi er wel een activerende werkvorm in!” Maar waarom is dit nu zo belangrijk en doe je het niet alleen omdat het ‘moet’ of leuk is voor de leerlingen?



Waarom coöperatief leren?

Tijdens het coöperatief werken kun je een vaardigheid, (passend bij het doel van je les) door leerlingen samen laten oefenen. Leerlingen leren niet alleen van jou als leerkracht, maar ook juist van de interactie met elkaar. De leerlingen die iets meer tijd nodig hebben kunnen nog wat meekijken en meeluisteren met een klasgenoot en krijgen het wellicht net op andere manier uitgelegd waardoor het kwartje wel valt.


En die sterkere leerling dan? Wordt die niet vertraagd omdat ze moet samenwerken met een zwakkere leerling? Uit onderzoek blijkt van niet, het is gebleken namelijk dat het voor de goede leerling niet uitmaakt of hij een opdracht meer of minder maakt. Terwijl ze er juist veel baat bij hebben om anderen uitleg te geven. Want onderwijzen=leren!


Ook doen alle leerlingen, dus ook de sterkere uit je groep, sociale vaardigheden op zoals leiding nemen, teamwork, luisteren, open staan voor anderen, respect hebben voor elkaars verschillen. Naast het inoefenen van de vaardigheid leer je leerlingen dus hele mooie vaardigheden om straks succesvol te zijn in de maatschappij, een maatschappij waar ook gevraagd wordt om samenwerken.


En voor jou als leerkracht is dit een uitgelezen moment om eens te observeren. Wat hoor ik ze zeggen en wat zie ik ze doen? Wie hebben mijn instructie begrepen en wie hebben er straks wellicht nog wat extra’s van mij nodig? Lekker moment om de nieuwsgierige juf of meester te zijn.


Leren samenwerken

Samenwerken is, net als ieder ander vakgebied of onderwerp dat je aanbiedt, iets wat kinderen moeten leren. Je zult leerlingen hebben die dit van nature goed kunnen en een fijne rol aannemen, maar ook leerlingen die dit lastig vinden en/of niet willen. In je groep heb je ongeveer 30 leerlingen, met allemaal net zoveel verschillende karakters en beginsituaties. Sommige leerlingen weigeren samen te werken, anderen worden geweigerd, sommige zijn bazig of vijandig, weer andere zijn juist verlegen of ze hebben specifieke cognitieve, emotionele of gedragsbehoeften.


Wat betreft de leerling die weigert: de nee-zegger is het heel simpel. We kunnen een leerling niet dwingen om samen te werken, maar we kunnen het wel aantrekkelijker voor hem maken. Als je het aantrekkelijker maakt zal de onwillige en soms zelfs openlijk vijandige leerling uiteindelijk wel met de anderen meedoen.


Hoe maak je het aantrekkelijker? Geef hem of haar de keuze om alleen of in teamverband te werken. Zorg voor opdrachten die samen makkelijker/leuker/sneller gaan en waar een leuke activiteit aangekoppeld is die je mag doen als je klaar bent. Zorg ervoor dat groepsleden stimulerende, tactische opmerkingen maken als “We zouden je hulp goed kunnen gebruiken” of “kom je meedoen?”

(bron: Coöperatieve leerstrategieën van DR. Specer Kagan en Miguel Kagan)


Hoe kies je de juiste actieve werkvorm?

Een coöperatieve werkvorm is geen doel op zich, of je moet het samenwerken als doel stellen. Maar meestal zal het een middel kunnen zijn om je (les)doel te bereiken. Hoe bepaal je de activiteit? Bekijk je lesdoel, de inhoud van je les en kies daar de werkvorm bij. Kijk ook naar de mate van de kwaliteit van samenwerking in je klas. Je kunt kiezen voor een opbouw in werkvorm door bijvoorbeeld laagdrempelig te starten met werkvormen waar ze met hun schoudermaatje mogen samenwerken tot in hele teams. Dus stem af bij de beginsituatie van je groep. Begin je bij werkvormen zittend op 1 plek of is de groep al toe aan werkvormen lopend door de klas. Ook jouw rol is hierin natuurlijk weer van belang. Welke verwachtingen heb jij van de leerlingen? En wat wil je bereiken? En wat doe jij ondertussen?


Tijdens een werkvorm waar kinderen met en van elkaar leren kun jij als leerkracht een andere rol aannemen. Zorg dat je informatie haalt, welke leerlingen hebben de vaardigheid, het doel van de les, al onder de knie? Welke leerlingen hebben nog wat moeite? Waar kun jij met feedback en feed-up leerlingen een stapje verder helpen? Als je de werkvorm bijvoorbeeld inzet voor de kleine lesafsluiting kun je daarna op maat kinderen verlengde instructie geven.


Maak de activerende werkvorm passend

Maar in welke fase van je les doe je zo’n activerende werkvorm dan? Dat ligt helemaal aan waar jij denkt dat het passend is! Als je maar een doel hebt dat je wil bereiken. Bijvoorbeeld inzetten om voorkennis te activeren. Dan zet je hem in helemaal aan het begin van je les zodat bij alle kinderen de luikjes opengaan. Je kunt hem inzetten, zoals ik hierboven als schetste, voor de kleine lesafsluiting om daarna goed te kunnen differentiëren in (verlengde) instructie en verwerking. Maar ook aan het einde van je les om leerlingen te laten inzien of ze het lesdoel hebben bereikt, voor jezelf ook een goede check.

Op internet zie ik heel vaak mooie voorbeelden en werkvormen voorbij komen, jij vast ook?! Deze zomaar inzetten omdat ze echt heel leuk zijn vind ik zonde, maar een beetje aanpassen aan de doelen/vaardigheden die we willen bereiken in onze lessen en de beginsituatie van je groep is natuurlijk wel een goed idee!



Ook bij Bijzonder Jij geven we elkaar en jullie graag wat ideeën en inspiratie zodat iedereen zelf kan bepalen of iets passend is om in zijn of haar groep te gebruiken. Houd onze Facebook en Instagram in de gaten en kijk op onze website www.bijzonderjij.nl.

Ik hoop dat we op deze manier net nog even iets meer met onze leerlingen kunnen bereiken zonder dat het ons als leerkrachten en begeleiders nog zoveel meer werk(druk) oplevert!

Heel veel plezier en succes!

120 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven